Vredig vlagvertoon

Vlaggenzwaaien kan een beetje eng zijn, maar soms is het gewoon méér dan nodig.

Dus gedurende de weken dat de Chinese overheid de wereld voorhoudt dat ze een beschaafd, humanistisch bewind voert, en ook nog eens beweert dat een beetje hardlopen in de smog daar positief aan bijdraagt, wappert de waarheid aan onze gevel in de vorm van een Tibettaanse vlag.

Nog niet duidelijk waarom? Kijk dan eens hier of hier.

John 5 - “Requiem”

Ondanks de dubieuze kwaliteit van zijn vroegere en huidige werkgevers (Marilyn Manson en Rob Zombie) en het feit dat zijn imago steeds zorgwekkender proporties begint aan te nemen, vind ik John 5 nog steeds één van de meest fascinerende moderne gitaristen. Hij benadert de elektrische gitaar met een frisse, eigenwijze blik, wisselt ultrasnelle trash-metal af met heuse bluegrass, en weet het als geen ander voor elkaar te krijgen om een instrumentaal gitaarstuk als een liedje zonder woorden te laten klinken. Dit kwam wat mij betreft het beste uit de verf op zijn album “Songs for Sanity” uit 2005. Daar integreert hij de rock- en country-invloeden op een prachtige manier, waarbij deze ogenschijnlijk tegengestelde werelden opeens prima samen gaan. In 2007 tracteerde hij ons op “The Devil Knows My Name”, en daar ging het fout. Nog steeds hardrock, nog steeds fingerpicking bluegrass, maar weg waren opeens de goed gestructureerde nummers. In plaats daarvan slechts één grote diarree van snelle noten. Afgewisseld met hier en daar een banjo-loopje, dat dan weer wel.

Groot was mijn angst dus ook toen begin dit jaar “Requiem” werd aangekondigd. Dat is snel! Maar die angst blijkt ongegrond. Requiem bevat alle bekende ingredienten zoals ze ook al op eerdere solo-platen te horen waren, maar mengt alles weer tot een smakelijk geheel waarbij melodie en structuur ook hun weg weer hebben teruggevonden in de nummers. Van log stampende, dreigende onheilsmuziek in bijvoorbeeld “The Judas Cradle” via country-picking in “Noisemaker’s File” tot ultra-snel geweld in “Cleansing the Soul”, alles komt voorbij. En weer zijn het liedjes met kop en staart. Alleen zonder woorden. Prachtig.

Maar nog even dit: dat imago. Ik snap dat je als hardrocker spannend en eng wilt overkomen, maar doe het dan goed. Op zijn vorige CD droegen veel nummers de naam van een berucht massamoordenaar. Nu zijn de meeste stukken vernoemd naar een martelwerktuig. In een interview heeft John 5 (die erg bescheiden en sympatiek overkomt) ons toevertrouwd dat hij de muziek alleen ’s nachts heeft opgenomen (brrr…) en dat hij per martelwerktuig heeft geprobeerd deze in de muziek uit te beelden. Ik ben benieuwd! Bij nummers als het eerdergenoemde “The Judas Cradle” kun je je nog iets voorstellen van de allesverzengende pijn die een dergelijk instrument teweeg moet hebben gebracht. Goed uitgebeeld, John! Op naar de volgende marteling, de “Pear of Anguish”. Huh? Nou ben ik geen échte ervaringsdeskundige, maar ik weiger te geloven dat een Pear of Anguish klinkt als de gelijknamige compositie.

De hoes is trouwens wel geweldig. Zo goed kan fout dus zijn…

Lees dan ook goed…

Soms stuit je op een woord dat maar niet wil klikken in je hoofd als je het leest.
Dat overkwam mij laatst toen ik op de zijkant van een busje de volgende reclameboodschap las:

“uw specialist in houtrotreparatie”

Het kostte mij zo’n 5 keer lezen voordat ik wist wanneer ik dit bedrijf moest bellen om advies…

Tajine

Nu al dé keuken-aanschaf van het jaar: sinds vorige week hebben we een heuse Tajine tot onze beschikking. Een Tajine is een terra-cotta pot waarin je de lekkerste gerechten kunt bereiden. Oorspronkelijk afkomstig uit Noord Afrika, want daar weten ze hoe je lekker kunt eten.

Het komt er voornamelijk op neer dat je alle ingredienten bij elkaar in de schaal legt, nadat deze eventueel wat zijn aangebraden. Ook dat kun je in de schaal doen. Dan het deksel erop en een tijdje op laag vuur laten smoren/stomen/pruttelen. Omdat het deksel goed afsluit gaat er niets aan smaak of geur verloren, en wordt alles heerlijk aromatisch en zacht. En het smaakt écht spectaculair anders dan stoofschotels die in een Westerse pan worden bereid.

Deze manier van koken leent zich prima voor vegetarische recepten, wat ook geen nadeel is. Kortom: keukengerei dat veel gebruikt gaat worden…

Vertaler gezocht

Gezien in één van die vreselijke reclames voor de zoveelste CD/DVD-set met populaire muziek, ditmaal een Elvis-set. De exacte tekst ben ik kwijt, maar de vertaalblunder staat voorlopig nog wel even in mijn geheugen gegrift.

Een Engelstalige Elvis-liefhebber zegt: “listening to this music still gives me chicken skin”.
Op zich een mooi compliment voor de muziek.
De ondertitels trakteren ons echter op de volgende aanbeveling: “luisteren naar deze muziek geeft me nog steeds kippenvlees”.

Wat betalen ze die mensen die de ondertitels moeten verzorgen?

Terracotta verwondering

Zelden heb ik zoiets indrukwekkends gezien als afgelopen vrijdag bij de tentoonstelling “Het Terracotta Leger van Xi’an” in het Drents Museum te Assen. Van de vermoede 8000 (!) soldaten die als dodenleger onder de grond in China zijn gevonden staan er hier een 12-tal tentoongesteld. Vooraf was ik wat bezorgd of de grootsheid van het leger niet verloren zou gaan als er slechts een paar soldaten getoond zouden worden. Maar nee: dit kleine aantal doet niets van de verwondering verdwijnen. Deze levensgrote, 2000 jaar oude beelden zijn voor het eerst (en waarschijnlijk ook voor het laatst) in Nederland van zeer dichtbij te bewonderen. De groep staat op een briljante manier tentoongesteld op een podium dat ongeveer tot buikhoogte komt, zodat je er in alle richtingen omheen kunt lopen en ze zelfs zou kunnen aanraken. Dat kan natuurlijk niet, hoe graag je dat ook zou willen, maar leunend op het podium minutenlang ademloos staren naar elk detail van deze figuren is een onvergetelijke ervaring op zich. Elk figuur heeft een persoonlijkheid die je niet voor mogelijk houdt, zeker met de gedachte in het achterhoofd dat er hier duizenden van zijn gemaakt, en dat ze tweeduizend jaar voor niemand zichtbaar onder de grond hebben gelegen.

Kleine smet op de tentoonstelling is de werkelijk schokkende merchandising die er achteraf in de museumwinkel te koop is. Voorbeeld: een plastic replica van één van de terracotta boogschutters, beschilderd met een bloementjesmotief. Of in de kleuren van de Nederlandse vlag. Deze walgelijke, commerciele kitsch is een belediging voor elke bezoeker die zojuist één van de meest tot de verbeelding sprekende archeologische vondsten *ooit* heeft kunnen aanschouwen. Juist omdat deze beelden met zoveel respect voor het verleden dat ze representeren zijn tentoongesteld, is het onbegrijpelijk dat de museumwinkel vol staat met dit soort rotzooi.

Daar staat tegenover dat de officiele catalogus zeer informatief is, met prachtige foto’s, prima gedrukt en ingebonden; die staat dus vanaf nu in de kast om vaak nog even ingekeken te worden…

Wel ontvangen maar niet doneren…

Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat veel mensen die geen orgaan-donor wensen te worden wél vooraan in de rij willen staan als ze zelf een orgaan nodig hebben. En dan vooral schande spreken van de lange wachtrijen.

Zullen we dat eens aanpassen in de wet? Geen donor, dan ook geen ontvangst? Eens kijken wat dat met de wachtrijen doet…

Maar serieus: waarom hier het Belgische systeem nog niet is ingevoerd, is werkelijk niet meer uit te leggen.

Smullen!!!

Natuurwinkel-evangelisten roepen het te pas en te onpas: de reguliere voedingsindustrie dringt ons steeds weer nieuwe producten op, en maakt daarbij gebruik van dubieuze productietechnologieën en genetisch gemodificeerde ingredienten.

LINKS=HANDIG stuitte onlangs op schokkend bewijs dat ook de zogenaamde biologische productie van voedsel ongevraagd de meest spectaculaire producten aan onze saaie Hollandse keuken toevoegt.
Maar of u dáár nou op zit te wachten…?

Hellend vlak

Graag toegeven doe ik het niet, maar voor één keer ben ik het eens met een principestandpunt van de ChristenUnie. Het betreft ditmaal het selecteren van embryo’s in het geval van eventuele aanwezigheid van een enkel gen dat een grote kans geeft op een agressieve vorm van borstkanker.

Het voorval is op dit moment volop in het nieuws vanwege het politieke spel er omheen, en daar kun je inderdaad allerlei serieuze vraagtekens bij zetten. In de publieke opinie wordt de ChristenUnie nu afgeschilderd als een partij die met één hand op de Bijbel en de andere hand met het vingertje omhoog aanstaande ouders hun geluk op nageslacht wil afnemen.

Dat de ChristenUnie als relatief kleine partij veel voor elkaar krijgt heeft wat mij betreft te maken met de overwaardering voor de morele onaantastbaarheid van georganiseerde religies, en het Christendom dan in het bijzonder. Maar laten we, los van de politieke beslommeringen, eens kijken waar het hier écht om gaat.

Embryoselectie is naar mijn weten toegestaan als een genetische afwijking wordt vermoed bij enkelen van hen, waarvan voor 100% zeker vaststaat dat het ondraaglijk lijden gaat veroorzaken als het kind geboren gaat worden. Ook daar kun je vraagtekens bij zetten, maar laten we eens aannemen dat dat een goede gang van zaken is. Nu werd deze mogelijkheid tot selectie in het voorstel van staatssecretaris Bussemaker ook mogelijk gemaakt voor een ziektebeeld waarbij een zeer hoge *kans* bestaat op het optreden van de ziekte. De ChristenUnie vindt dit geen goed idee. Dat is enerzijds gebaseerd op hun overtuiging dat je je als mens op geen enkele wijze moet inmengen met de schepping, een standpunt dat ik niet onderschrijf, maar anderzijds gebaseerd op het idee dat je geen samenleving moet willen waarin we steeds meer gaan proberen door wetenschappelijke inmenging in natuurlijke processen allerlei vormen van lijden te voorkomen. En dat nu bijna werd uitgebreid met de mogelijkheid om zelfs een *kans* op lijden uit te bannen. En daar kan ik me wel in vinden.

Nou doe ik niets af aan de ernst van deze vorm van kanker, en ook niet aan de oprechtheid van de aanstaande ouders als zij stellen geen kinderen met deze ziekte te willen opschepen. Maar de bekende eerste stap op het hellende vlak is hiermee wel genomen: we praten nu immers niet meer over een zekerheid van ziekte, maar over een (weliswaar grote) kans daarop. Dat is een fundamenteel verschil. Je dient je dan naar mijn idee meteen serieus af te vragen wat de volgende stap is. Dat hoeft niet direct te verzanden in spectaculaire sensatieverhalen over gefabriceerde supermensjes op bestelling. Het gevaar zit veel dichter bij huis.

Neem als voorbeeld eens roodharigheid. Mensen met rode haren, en ik spreek hierbij uit ervaring, hebben een veel lichtere huid en zijn gevoeliger voor invloeden van zonlicht op deze huid, zoals verbranding en het ontstaan van huidkanker. Wellicht een andere orde van grootte dan terminale borstkanker, maar als je het kan voorkomen met een eenvoudige selectie op basis van erfelijke aanleg, waarom zou je dat dan niet doen? Dit scheelt veel leed, veroorzaakt door huidkanker, en ook veel angst bij elke sproet op je huid die een beetje vreemd verkleurt en vervormt. Bovendien worden roodharige kinderen veel vaker gepest op school dan niet-roodharige kinderen. En een ongelukkige jeugd wil geen enkele ouder voor zijn kind. Stel dat we dit nu mogelijk gaan maken. Wat voor beeld schetst dat van die ouders die dan nog wel roodharige kinderen geboren laten worden? Hebben die dan niet het beste voor met hun kinderen?

En zo ken ik er nog wel een paar: het syndroom van Down, aanleg tot overgewicht, aanleg tot depressie, aanleg tot een afwijkende sexuele orientatie, linkshandigheid, en ga zo maar door. En nee, dat is geen flauwe extrapolatie van het voorbeeld waar het nu om gaat, de erfelijke borstkanker. Want ligt het probleem niet veel meer in het feit dat we in de (Westerse) maatschappij geen enkele vorm van niet-perfectie meer accepteren, en altijd weer als uitgangspunt lijken het hebben dat perfectie iets is wat altijd nagestreeft dient te worden?
Nou wens ik niemand welk lijden dan ook toe, maar als we al die energie om elke afwijking de kop in te drukken (liefst voordat deze ontstaat) nou eens ergens anders op gaan richten? Bijvoorbeeld op het leren omgaan met afwijkingen en de gevolgen daarvan?

Op TV zag ik een tenenkrommende discussie in een actualiteitenrubriek tussen een medisch ethicus (ook nog eens lid van de ChristenUnie; de redactie had zijn werk goed gedaan) en een vrouw met de eerdergenoemde vorm van borstkanker die haar hoop op nageslacht vorige week zag opbloeien en nu door de ChristenUnie weer zag worden weggehaald. Het werd een valse “discussie” waarbij de discussieleider de ChristenUnie-man min of meer dwong de bewuste vrouw recht in de ogen te kijken met de boodschap dat kinderen voor haar niet waren toegestaan als het aan hem lag.

En daar raken we een volgend punt: naast het feit dat iedereen een leven los van lijden wil hebben en dat als een soort vanzelfsprekend recht opeist, geldt dit in nog grotere mate voor het recht op het hebben van eigen kinderen. Want waarom is het onbespreekbaar om de risico’s van een kind met een aangeboren afwijking te overwegen, om vervolgens te concluderen dat het hebben van eigen kinderen voor jou niet is weggelegd? Maar nee: dit mag niet aan de orde gesteld worden, want het hebben van eigen kinderen, op welke manier dan ook, is een onaantastbaar recht van het individu. Welke ethische bezwaren daar ook aan kleven voor de maatschappij als geheel.
Alles met de meest goede bedoelingen natuurlijk, maar wel alleen aan het eigen geluk gedacht. Ongeacht de gevolgen op grotere schaal.

Er zijn vele wetenschappers die al jaren pleiten voor een volledige stop op genetisch onderzoek en de toepassingen die daaruit voortvloeien, simpelweg omdat de mensheid niet toe is aan de problematiek die er uit voortvloeit. Een onhaalbaal streven wellicht, en het zal ook niet gaan gebeuren. En dat is in mijn ogen een zorgelijke conclusie.

Tot slot: op de website van de ChristenUnie staat een geweldig citaat van Esmé Wiegman:

“Het selecteren van embryo’s heeft maatschappelijke gevolgen waar de ChristenUnie haar vraagtekens bij plaatst. Is er nog wel ruimte voor mensen met ziektes, handicaps en aangeboren afwijkingen? “Gezondheid is belangrijk, maar moet niet overgewaardeerd worden”, stelde Wiegman.”

Beter kan ik het niet verwoorden.

Klaar voor de Herstart

Zo, het ziet er allemaal nog een beetje brakkig uit, maar LINKS=HANDIG is aan de grote herstart begonnen onder een nieuw CMS. Wordpress ditmaal, omdat ik he-le-maal gek werd van de instabiliteit en gebruikersonvriendelijkheid van de vorige opzet onder Movable Type.
Hopelijk kan ik met deze configuratie ook iets beter de spammers van het lijf houden.

#!^%$& - Spammers

… en nog steeds een overvloed aan ongewenste reacties.
LINKS=HANDIG gaat nu grotere maatregelen nemen en is tot nader orde gesloten voor commentaren.

…en positieve oplossingen

Zo, Spam-Filtertje is geïnstalleerd, als het goed is weten we binnen een paar uur of het ook daadwerkelijk doet wat het belooft.
Dus… reageert u maar!!!

Negatieve aandacht…

En ja hoor, spam-ettertjes hebben LINKS=HANDIG gevonden.
Dus
vooralsnog is het even niet mogelijk om commentaar te plaatsten, tot ik
een goede manier heb gevonden om deze zielige zielen
buiten de deur te houden.

Arthur C. Clarke - “Childhood’s End”

childhoods_end.jpgArthur C. Clarke, misschien wel mijn favoriete auteur, is vorige maand overleden. Zoals ik al eerder op dit log schreef, heeft me dat behoorlijk aangegrepen. Wel was dat een mooi moment om mijn favoriete Clarke-boek Childhood’s End weer eens te herlezen.

Tot mijn grote schande had ik het niet meer in mijn bezit, maar hier bracht internet uitkomst: een bestelling was zo geplaatst en een week of twee later had ik het boek weer in huis. En daar blijft het nu.

Geen enkel boek heeft zo’n indruk op me gemaakt als dit boek. Dat wil echter niet zeggen dat ik het daarmee ook het beste boek ooit vind.
De kwaliteit van het verhaal en de rijke ideeën die er aan ten grondslag liggen staan buiten alle kijf: daarin is het boek door geen enkel ander werk overtroffen. Er komen wendingen in het verhaal voor die achteraf aan alle kanten blijken te kloppen, maar die je onmogelijk kunt zien aankomen tijdens het lezen van het boek. Ook de ontknoping, waarin het verhaal in een stroomversnelling lijkt te raken, blijft buitengewoon aangrijpend en maakt ook in onze huidige tijd een onuitwisbare indruk op de argeloze lezer.
Ik realiseer me ook wat de zwakke kanten van het boek zijn: misschien de grootste zwakte is dat het verhaal niet over de gehele lengte met eenzelfde aandacht voor detail wordt verteld. Sommige passage’s beschrijven in alle detail de wisselwerking tussen de hoofdpersonen, andere delen beschrijven in drie pagina’s gebeurtenissen die vele jaren in beslag nemen. Niet dat dit écht storend is voor de lezer, maar als echte liefhebber van het verhaal had ik toch liever een wat langer boek gehad waarin al dat moois nog beter was uitgewerkt.

Het is altijd lastig een recensie te schrijven zonder iets van het plot te verklappen. Degene die dit boek willen lezen moeten dat doen met zo min mogelijk voorkennis. Zij kunnen beter nu stoppen met het lezen van deze recensie. Voor hen die het niet zoveel uitmaakt of die het boek reeds gelezen hebben, zal ik nog een paar van mijn favoriete elementen uit het boek noemen, zonder al te veel van het verhaal te verklappen.

Clarke beschrijft in Childhood’s End op meesterlijke wijze wat er zou gebeuren als de gang van zaken op Aarde zou worden overgenomen door een superieure buitenaardse beschaving. En nee, dit is geen verhaal over een invasie die bestreden dient te worden. Clarke heeft grotere plannen met zijn hoofdpersonen.
De ideeën waarop dit boek is gebaseerd zijn fantastisch. Zo blijf ik onder de indruk van de geniale vondst die te maken heeft met het uiterlijk van de buitenaardse wezens. Als ze zich na jarenlange verborgen aanwezigheid, waarin al duidelijk is geworden dat ze niets dan goeds voor de mensheid hebben gebracht, uiteindelijk laten zien aan de Aardbewoners, zijn er toch nog mensen in het publiek die flauwvallen van de schok. De reden waarom is fan-tas-tisch bedacht en beredeneerd, en zelfs als je op dit moment in het verhaal lijkt te snappen waarom dat is, komt de échte reden pas aan het licht in de ontknoping van het verhaal.
Childhood’s End handelt vooral over verandering. Hierbij betekent “verandering” in de eerste twee delen van het boek vooramelijk “verbetering”. Het lijkt alsof deze verbeteringen alleen nog maar kunnen toenemen. Hierdoor stormt het verhaal af op de onvermijdelijke ontknoping, waarbij je als toeschouwer niet meer weet of de beschreven veranderingen nou écht hebben geleid tot een situatie die je als “verbetering” zou kunnen omschrijven. Dit geeft een enorm gevoel van tragiek en verwarring.
Ook de beschrijving van de wereld waar de buitenaardse wezens leven, gezien door de ogen van een mens, is wonderlijk effectief. In veel slechtere science fiction blijkt een buitenaardse beschaving uiteindelijk niet meer dan “gewoon een beetje vreemd”, alsof je er als mens uiteindelijk wel aan kunt wennen. In Childhood’s End maakt Clarke het op briljante wijze duidelijk dat verschillen tussen een vergevorderde beschaving en de mensheid simpelweg te groot kunnen zijn om te bevatten.

Toen ik het boek de eerste twee keer las was ik zo’n 20-25 jaar oud. Toen maakte het een enorme indruk op me.
Ik was een beetje bang dat dit gevoel voornamelijk in mijn herinnering voortleefde. En dat het zou tegenvallen als ik het boek nogmaals zou lezen. Niets bleek minder waar. Nu ik het voor de derde keer heb gelezen, ik ben nu 42 jaar, is de indruk niet minder.
Dat bewijst wat mij betreft dat Childhood’s End, geschreven in de jaren 50, tijdloos is volgens de ware definitie van het woord.

Paradox van Slooven

“Hoe groter een groep, hoe groter de mogelijkheid voor een enkel individu om de gehele groep nadelig te beïnvloeden.”

Asia - “Phoenix”

asia_phoenix.jpgDe inleiding
Eerlijk gezegd ben ik van mening dat deze band zichzelf direct na het verschijnen van hun debuut-album had moeten ontbinden. Niet omdat dit debuut slecht zou zijn - in tegendeel! Maar alles wat er daarna onder de Asia-vlag is verschenen is op zijn minst teleurstellend te noemen. Nou heeft dat ook te maken met mijn persoonlijke voorkeur voor gitarist Steve Howe: op de tweede plaat van Asia was de beste man nauwelijks nog te horen, en op volgende projecten was-ie vaker af- dan aanwezig. Asia onderging talloze bezettingswisselingen, maar vorig jaar zijn de oprichtende leden (haha, sorrie) weer bij elkaar gekomen voor een heuse reünie. Een tournee en live-dubbel-CD waren het reultaat, beiden zwaar leunend op oude roem en daarmee bijna per definitie niet interessant.
Maar dan is daar nu een officieel nieuw album! En eerste recensies doen vermoeden dat het een goed album is. Maar dat bepalen we zelf wel! Gelukkig heeft de CD het afgelopen weekeinde non-stop gedraaid, en heb ik hem nu voldoende vaak gehoord om een mening te kunnen hebben én te delen. Dus daar gaat-ie.

De titel
Kan het nog afgezaagder? Ehhh… even denken… ja! De CD had ook “Reunion” kunnen heten. Of geheel in Asia stijl “Arieunia”.

De hoes
Roger Dean is afgegleden van vernieuwend kunstenaar naar een zichzelf constant herhalende geldwolf. Dat is al jarenlang zo, maar als de kwaliteit van het werk dan ook nog eens zo te wensen laat als hier…

De muziek
Lekker in het gehoor liggende meebral-rock. Nergens écht scherp of hard, maar de uitvoering is uiterst professioneel, dat moet gezegd.
Wat ook moet gezegd is dat Geoff Downes hier erg zijn best lijkt te doen om de titel van meest kleurloze toetsenist *ooit* in de wacht te slepen.

De rol van Steve Howe
Wat mij betreft dé reden om deze CD aan te schaffen. Howe was op het Asia-debuut al de reddende engel, hier is-ie dat nog meer. Hoewel hij nét wat te ver naar achteren is gemixed op sommige nummers, zijn zijn partijen origineel, afwisselend en avontuurlijk. En hij zingt op geen enkel nummer hoorbaar mee! Hoera!

Samengevat
Prima Asia-CD met vooral in de instrumentale passages voldoende avontuur om fans aan de luidsprekers gebonden te houden. Wetton zingt nog steeds even goed als op het dubuutalbum, Palmer en Downes zijn nog steeds even anoniem als op het debuutalbum, en Steve Howe levert het beste gitaarwerk af dat hij ooit met Asia op de plaat heeft gezet. En dat komt redelijk dicht bij het hoge niveau dat-ie op veel andere projecten heeft laten horen.

Citeren is leuk (als de citaten zo goed zijn als deze)

Arthur C. Clarke leeft niet meer.
Mijn gedachten daarover staan een paar berichten terug op dit weblog.

Nu wordt het tijd om het over Clarke’s gedachten te hebben; en hoe kan dat beter dan met een kleine bloemlezing uit zijn vele fantastische one-liners?

Dit zijn mijn tien persoonlijke favorieten:

(bron: wikiquote)

Mike Oldfield - “Music of the Spheres”

oldfield_spheres.jpg

Als er iemand gedurende zijn lange carriere wisselende kwaliteit heeft geleverd, is dat Mike Oldfield wel.
En daar lijkt geen middenweg in te bestaan. Als een album goed is, is het meteen fantastisch (”Tubular Bells”, “Ommadawn”, “Amarok”). Als een album slecht is, is het ook écht bedroevend slecht (”Earth Moving”, “Light and Shade”).
Tussen deze twee uitersten bevinden zich hier en daar wel wat middenmoters, maar dat zijn er maar een paar…
De laatste jaren verschoof het werk van Oldfield steeds meer richting steriele lounge muziek. Toch al niet mijn favoriete genre, maar dan ook nog eens ongeïnspireerd en futloos uitgevoerd. Met als absolute dieptepunt het eerder genoemde dubbel-album “Light and Shade”. Mensen, wat een armoede.
En nu is daar dan “Music of the Spheres”. De hoes doet het ergste vermoeden: computergetekende balletjes in een semi-wiskundig Esher-achtig patroon. Het verhaaltje van Oldfield zelf over de gedachte achter de muziek stemt ook al niet echt vrolijk: pretenties zijn op zich niet verkeerd (zie het gehele oeuvre van Steve Vai) maar dit soort New Age achtige science-babble is werkelijk niet te harden. Maar goed; de man vond in de ongehoorde vibraties van hemellichamen blijkbaar voldoende inspiratie om zijn eerste project voor symphonie-orkest te componeren. De arrangementen zijn van Karl Jenkins. Wéér een reden tot achterdocht, want heeft die niet jarenlang schade aangericht met zijn Adiemus-projecten? Juist, die ja!
Voordat ik de CD kocht heb ik dan ook ernstig getwijfeld; recensies waren, geheel in Oldfield-stijl, óf erg positief óf erg negatief. Wat me deed besluiten de sprong toch maar te wagen waren de vele verwijzingen naar “Ommadawn” waarover ik las. En laat dat nou mijn favoriete Mike Oldfield CD zijn!!!
Al bij de eerste luisterbeurt wist ik in welke categorie deze CD gearchiveerd kan worden: “Music of the Spheres” komt qua niveau dicht bij meesterwerken als “Tubular Bells” en “Ommadawn”. Toegegeven, het is even wennen om typische Oldfield muziek te horen zonder dat Oldfield zelf meepseelt. OK, hij tokkelt hier en daar (helaas vooral daar) klassieke gitaar, en doet dat prachtig, maar het merendeel van de muziek wordt door eerder genoemd symphonie-orkest en koor gespeeld en gezongen.
Het werk bestaat uit twee delen, elk onderverdeeld in 7 kortere, in elkaar overlopende stukken. Eerste keren luisteren geven de indruk van een gefragmenteerde verzameling melodietjes, maar vaker luisteren laat prachtige verbanden en herhalende thema’s horen. Inderdaad, net als vroeger. Dat het openingsthema de zoveelste variant is op het legendarische “Tubular Bells”-thema deert mij niet: dat thema is bijna een muziekgenre op zich en Oldfield heeft daar wat mij betreft 100% patent op. Ook de verwijzingen naar andere Oldfield klassiekers zijn meer dan welkom: herkenning maar geen herhaling zou ik zeggen. Maar dat is mijn mening.
Het lijkt of Oldfield, ondanks het feit dat hij niet zelf heeft gearrangeerd, Jenkins prima in het gereel heeft weten te houden. Op één moment na dan: ergens in het eerste deel steken opeens Adiemus-achtige zanglijnen de kop op. Totaal niet op hun plaats in verder een perfecte compositie. Foei, Karl!
Maar ach, het is slechts een kleine smet op een helder, sfeervol, rustgevend, avontuurlijk en positief werk, dat voorlopig nog wel een paar weken non-stop rondjes mag draaien in mijn CD speler.

De Kunst van het Kwetsen

Dat je een land wekenlang in gijzeling houdt door aan te kondigen dat je een schokkende film gaat maken is nog tot daar aan toe.
Dat deze “film” vervolgens het niveau heeft van een startend schoolkrantje kan er ook nog mee door.
Maar dat je één van de beste stukken muziek ooit geschreven als soundtrack voor deze intolerante, niets oplossende schreeuwerij gebruikt, is werkelijk onacceptabel.

Dan vraag ik me toch af: waarom hoor ik daar Balkenende nou niet over in zijn “ja maar er kunnen nog steeds veel Moslims gekwetst zijn, hoor” reactie?
Want deze kunstmatig in stand gehouden storm in een glas water kwetst vooral vele serieuze muziekliefhebbers over de hele wereld.

Het einde van een kindertijd

clarke.jpgGisteren is één van mijn Grote Helden overleden. Een beetje ondergesneeuwd door het overlijden van Hugo Claus bereikte mij volledig onverwacht het nieuws dat ook mijn favoriet auteur Arthur C. Clarke niet meer leeft. 90 jaar is-ie geworden, en da’s een mooie leeftijd. Arthur C. Clarke: schrijver, kunstenaar, wetenschapper, ziener en inspirator. Ik heb hem uiteraard nooit ontmoet, en was de laatste jaren ook niet meer zo met hem bezig, maar toch greep het nieuws gisteren me behoorlijk aan.
Tijdens mijn studie heb ik jarenlang vrijwel alles gelezen dat hij publiceerde. Ook verslond ik elk interview met hem, of artikel over hem.
Clarke schreef nu al weer heel veel jaren geleden wat mij betreft zijn aller-allerbeste boek. “Childhood’s End” heet het, en ik zou zo snel geen ander boek weten te noemen dat zo’n gigantische indruk op me heeft gemaakt. Ik herinner me nog als de dag van gisteren hoe ik me voelde toen ik het had uitgelezen. Overdonderd, verward, compleet in vertwijfeling door de schokkende conclusie in de laatste hoofdstukken, niet wetende of ik nou een toekomstvisie had gelezen die me aantrok of me met weerzin vervulde. Er zitten scenes in het boek die meer mijn kijk op het leven en de mensheid hebben bepaald dat welk ander kunstwerk dan ook.
Ik was 20 toen ik het voor het eerst las. Ik ben van plan het binnenkort weer te gaan herlezen, maar weet niet wat ik er nu van kan verwachten… Eerlijk gezegd zie ik er een beetje tegen op. Ik weet echter vrij zeker dat het boek in onze huidige tijd weinig aan controverse en verbeeldingskracht zal hebben ingeleverd.

Tegen een ieder die het aandurft een boek te lezen wat begint met de opmerking “The opinions expressed in this book are not those of the author”, of die willen weten waarom mede deze disclaimer het verhaal zo ongelofelijk fascinerend maken, zou ik willen zeggen: koop dit boek en lees het in één adem uit.

Tegen Arthur C. Clarke zou ik alsnog willen zeggen: dank u wel voor alles wat u met uw publiek (en dus ook met mij) gedeeld heeft; uw dappere en controversiele visie op de toekomst van de mensheid en uw poetische verbeelding van alles wat het leven waardevol maakt heb ik mijn hele leven met me meegedragen. Zonder dat alles zou ik een ander mens zijn geweest.
Rust zacht…

Jammer (of iets dergelijks) …

…als je tijdens een groepsmeditatie de meditatieleidster hoort zeggen:

“mij is speciaal gevraagd om nu nog positieve aandacht zenden naar iemand die dat nodig heeft, zoals [naam om privacy-redenen verwijderd], die is overleden in Oeganistan of iets dergelijks”.

Als dat je niet uit je concentratie haalt doet niets het…

Dagboek van een CD

De nieuwe opnamestudio is eindelijk zo goed als up and running, dus met een beetje geluk kan ik vanaf komende week serieus aan de slag aan de opvolger van 12 Significant Others.
Ja, dat is alweer bijna 4 jaar geleden, maar sommige dingen hebben tijd nodig. En ik zal nog wel flink wat meer tijd nodig hebben voor dit project.
In de traditie van ForestSounds Studio om zoveel mogelijk openheid over de muziek aan te bieden, zijn alle perikelen aangaande de opnames en alles wat daar mee te maken heeft, na te lezen in een heus dagboek.
Engelstalig, dat wel, maar ik moest een taal kiezen, en ik had geen zin om mijn bedenkselen in twee talen bij te houden.
Dus voor hen die erin geïnteresseerd zijn: hier leest u alles!!!

Zo makkelijk gaat dat dus…

42
vandaag…
weet je
wat?
ik draai me gewoon nog een keer
om
…ben ik vanzelf weer
24

AUW !!!

snee_in_vinger.jpgHé, dit stond niet in het recept!

Men neme:
- een wijsvinger.
- een knoflookpers, met speciaal gedeelte om het teentje in plakjes te snijden.
- een moment van onoplettendheid tijdens het schoonmaken van de snijvlakken.

Resultaat: héél veel bloed, een avond een verband erom, pijn bij het typen en waarschijnlijk een paar weken geen gitaar spelen.
Snapt u nu de titel van het bericht?

Vangelis - “El Greco - Original Motion Picture Soundtrack”

vangelis_el_greco_review.jpg

Huh? Wat is dit?
Ik weet het, Vangelis had net al een CD uit. En sterker nog: een paar jaar geleden verscheen er al een CD met de naam “El Greco”.
Maar lees vooral verder: al uw vragen worden beantwoord.

Wéér een Vangelis CD?
Ja, niemand is verbaasder dan ik. Vangelis is uiterst grillig in zijn releases, zowel wat kwantiteit als wat kwaliteit betreft. Dan hoor je jaren niets van hem, en dan opeens liggen er binnen een maand twee nieuwe projecten in de winkel. “Blade Runner Trilogy” werd eerder besproken op LINKS=HANDIG, en nu is daar dan “El Greco”.

Ah, El Greco. Die heb ik toch al?
Nou, waarschijnlijk niet. Vangelis heeft een CD met dezelfde titel uitgebracht in 1998. Dat was een CD vol muziek geïnspireerd door het leven, de persoon en het werk van El Greco. En meteen één van de allerbeste CDs van Vangelis, vol met ingetogen, statige, duistere en diep emotionele muziek. Maar nu in 2007 is daar de film over het leven van de Griekse schilder, ook simpelweg “El Greco” geheten, en dit is de soundtrack van de film. Bij bol.com zag ik ze al keurig met elkaar verward. Uitkijken dus wat je bestelt.

Ach, ik loop wel naar de platenbaas op de hoek. Dan krijg ik toch wel de goede?
Nou, nee. Want de plaat is alleen in Griekenland uitgebracht. Hoe kom je er dan wel aan? Bestellen via internet. Op de prima Vangelis website Elsewhere staan links naar de meest betrouwbare on-line shops die ‘m hebben.

Maar goed… hoe is-ie?
Nou, in één woord: ge-wel-dig.
Toen ik de CD binnen kreeg per post, en dat ging verbazend snel vanuit Griekenland, was ik een beetje bang om hem op te zetten. Dat kwam voornamelijk door de grote hoeveelheid korte nummers: 18 nummers in ruim drie kwartier, terwijl Vangelis vaak uitblinkt in de iets langere stukken, zeg zo’n minuut of vijf-zes.
Maar verrassend genoeg is dat precies wat deze muziek nodig heeft. De 1998 El Greco had lange uitgesponnen stukken waar je minuten lang ademloos kon luisteren naar een zich langzaam ontvouwende spanningsboog. Dat vergt wel wat van je als luisteraar.
Hier gooit Vangelis het over een andere boeg: korte stukken als kleine miniatuurtjes die hun bijzondere verhalen in het oor van de luisteraar fluisteren, om vervolgens weer weg te vliegen en plaats te maken voor de volgende geheimzinnige bezoeker. En nergens klinkt het gehaast of te kort. Werkelijk geniaal.
Vangelis is altijd al de grote romanticus van de elektronische muziek geweest; zijn spel is emotioneel, het ademt en leeft op een manier die geen enkele andere synthesizer-speler (om dat vreselijke woord toch maar eens te gebruiken) voor elkaar krijgt. Hier, op deze CD, laat hij dat in elk nummer horen: melodieën bewegen om het ritme heen, vertragen soms om dan de achterstand weer in te halen, en zweven in volume soms van de luisteraar af om vervolgens weer aarzelend dichterbij te komen.
De muziek is romantisch, somber en terughoudend, met hier en daar een felle of dreigende uitschieter. En het houdt de aandacht van de eerste tot de laatste seconde vast.
Het is ook compleet irrelevant dat het hier elektronische muziek betreft: Vangelis heeft zijn eigen set instrumenten en geluiden ontwikkeld die alle genres overstijgen. En het is precies dit wat hem de grote kunstenaar maakt die hij is. “El Greco” is daar het nieuwste bewijs van.
De gastmuzikanten (op snaarinstrumenten) zijn niet overal even goed geïntegreerd in de rest van de muziek, maar dat mag de pret niet drukken: “El Greco” is Vangelis op zijn aller-allerbest, en de plaat zal monden doen openvallen van zelfs de grootste hater van elektronische muziek.
Verplichte kost voor iedereen met een hart in zijn lijf.

Knaag knaag…

Je hoort het wel eens op feestjes, of leest het in de krant, maar het is toch een ander verhaal als je het zelf meemaakt:
Een auto die slecht optrekt, terwijl de motor rammelt en weinig vermogen levert.
Dus snel aan de kant gezet, motorkap opengemaakt, en geschokt toegekeken toen bleek dat twee bougie-kabels waren doorgeknaagd!!!
Waarschijnlijk door een steenmarter. Leuke beestjes, maar wel met af en toe wat vreemd nestel- en eetgedrag.
Dus jongens: volgende keer graag in een andere auto een feestje bouwen! Bij voorkeur zo’n patserige 4-wheel-drive, daar zitten kabels genoeg in zou ik zeggen!

Vol verwachting klopt mijn hart… (2)

vangelis_el_greco_review.jpgAlleen te verkrijgen op de Griekse markt, dus snel via internet besteld. 30 exemplaren op voorraad, en hoera, ik heb er één! Binnen voor de jaarwisseling? Dat zou wellicht een nieuwe kandidaat voor “CD van het jaar” betekenen. Zo niet, dan begint 2008 in ieder geval op een mooi manier. Nog geen seconde gehoord en nu al fan!

Vangelis - “Blade Runner Trilogy”

vangelis_blade_runner_trilogy.jpgOK, ik geef het toe: dit is een wel érg lang verhaal geworden. Maar om redenen die ik uitgebreid ga behandelen is het verschijnen van deze CD een Grote Gebeurtenis. Dat verdient een serieuze recensie. Niet dat
hiermee ook de lengte van het verhaal is gerechtvaardigd, maar toe maar… En ik beloof dat het een goed verhaal is. Lees dus gerust verder.

Inleiding

Vangelis en filmmuziek: het is een constante bron van vreugde en irritatie. Vreugde omdat veel van zijn filmmuziek tot het beste behoort wat Vangelis heeft geproduceerd. Irritatie omdat nog meer van deze
muziek nooit op elpee of CD is verschenen, en waarschijnlijk ook nooit zal verschijnen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met zijn muziek voor “The Bounty”, en de nieuwe filmmuziek voor “El Greco” lijkt eenzelfde weg te volgen. Hier past slechts één vraag! Waarom? Een reden kan zijn, en ik raad hier geheel naar eigen inzocht omdat Vangelis nauwelijks iets loslaat over wat dan ook, is dat hij vindt dat filmmuziek niet
losgekoppeld mag worden van de film, omdat het dan meteen niet meer is wat het zou moeten zijn: begeleidende en/of ondersteunende muziek voor bewegend beeld. Maar welke reden er ook voor is, het blijft behoorlijk irritant voor de échte Vangelis liefhebber. Het het behoeft geen betoog dat ik daar toe gerekend mag worden.

Van alle frustrerende “nooit-uitgebracht” drama’s is die van Blade Runner wel de meest tot de verbeelding sprekende. De film stamt uit 1982, en staat te boek als één van de meest invloedrijke films ooit, zeker binnen het science-fiction genre. Maar naar mijn mening ook daar buiten. De muziek bij de film maakte eveneens een verpletterende indruk. Werkelijk Vangelis op zijn aller-ALLER-best.
Bombastisch maar toch ingetogen, donker maar niet deprimerend, opzwepend maar nergens drammerig, en bovenal beeldend en sfeervol. Meesterlijke muziek. Maar helaas: geen soundtrack op elpee of CD. Ja,
een door een suf orkestje nagespeelde selectie: daar trappen de echte liefhebbers niet in natuurlijk. Jaren later, op de Vangelis-verzamel-CD “Themes” hoorden we een paar themaatjes uit de film terug, maar dat was
een schrale troost: nou zou de muziek wel nooit op CD verschijnen. Ik herinner me dat ik in de jaren 80 zelfs een paar keer naar Polydor (de toenmalige platenmaatschappij van Vangelis) heb geschreven om te vragen
of ze alsjeblieft de plaat wilden uitbrengen. Ach, je bent jong…

En toen, in 1994, lag-ie zomaar opeens in de winkel: een CD met de oorspronkelijke muziek van de film, door Vangelis zelf uitgebracht. Ademloos luisterend kon ik niet anders concluderen dat de plaat
weliswaar prachtig was, maar nét niet waar je zo vurig op hoopte: nog steeds ontbraken belangrijke stukken muziek. Deze gaten werden weliswaar opgevuld met (overigens erg goede) muziek die Vangelis in die tijd had geschreven en die de film nooit hebben bereikt, maar toch…

Ik heb de CD platgeluisterd, vooral het openingsnummer, het tijdloze “Love Theme” en natuurlijk het klapstuk “End Titles”. Volume op nucleair en ik ben verloren. Keer op keer.

En daarna bleef het weer stil.

Nu bestaat Blade Runner 25 jaar. Reden om de film in God weet hoeveel nieuwe versies uit te brengen. Gooi maar in mijn pet. Maar opeens stond daar op de enige serieuze Vangelis website een aankondiging die mijn
hart deed stilstaan. Het 25-jarig jubileum van de film is natuurlijk ook het 25-jarig jubileum van de muziek, en dat werd gevierd met een 3-CD set. CD 1: De soundtrack zoals-ie ook uitkwam in 1994, CD2: muziek uit
de film die nooit op CD is verschenen, aangevuld met muziek geschreven voor de film die niet in de film te horen was, en CD3: Gloednieuw werk van Vangelis, geïnspireerd door de oorspronkelijke film en muziek. Goed, toen ik op de eerste hulp wakker werd onder een zuurstofmaskertje kon het bericht pas écht to me doordringen. Dit was een Grote Gebeurtenis.

Nu, een maand of twee later, ligt-ie voor me en heb ik hem inmiddels al enige malen geluisterd. Bespreken als één product is niet zinvol: daarvoor hebben de drie CDs een té verschillende achtergrond. Dat wordt
dus opsplitsen per CD.

CD 1:
Blade Runner 1994 Soundtrack Album

Niets nieuws onder de zon: deze CD was in 1994 al uitgebracht, is nu blijkbaar geremastered, en naar mijn gevoel klinkt het allemaal een beetje voller en helderder, maar dat kan ook wishful thinking zijn.
Deze CD is nog steeds meer een goed Vangelis album dan een goede soundtrack: veel muziek komt niet in de film voor. Maar dat heeft Vangelis wel vaker voor elkaar gekregen. Aan de ene kant vind ik dat prima: een CD is wat anders dan een film, maar aan de andere kant: noem het dan geen Soundtrack.
Maar goed: “Main Titles”, “End Titles”, “Memories of Green” en “Blade Runner Blues” zijn alledrie nog steeds absolute hoogtepunten in het oeuvre van Vangelis.

CD 2:
Blade Runner Previously Unreleased & Bonus Material

Als er iets is dat deze CD bewijst is dat Vangelis wel alles heeft gezegd wat er muzikaal over Blade Runner gezegd kon worden op de eerste CD. Slechte plaat? Nee, absoluut niet! Maar het heeft vrijwel niets te maken met het begrip Soundtrack. Bijna geen van deze muziek komt in de film voor. “Deckard and Roy’s Battle” en “Dr. Tyrell’s Death” zijn de enige echt waardevolle toevoegingen voor hen die naar meer filmmuziek op zoek zijn.
Dus ook hier weer een Vangelis CD die ook als zodanig moet worden bekeken. En in dat licht is-ie geweldig. Sfeervol, overrompelend. experimenteel. Met als twee absolute krakers “One Alone” en “Desolation Path”. Op internet lees je regelmatig geruchten dat het beste werk van Vangelis gewoon bij de man zelf op de plank ligt. Deze twee bonus-tracks bevestigen dit. Met name “Desolation Path” is de prijs van de 3-CD-set alleen al waard. Serieus.

CD 3: BR 25
En weer geen Soundtrack muziek, maar een nieuwe set nummers, geïnspireerd door de film en de muziek van die tijd. Experimenteel, eclectisch, sfeervol. maar zeker niet overal even sterk. Bij het beluisteren van “Up and Running” of “No Expectation Boulevard” bekruipt me toch het gevoel dat Vangelis hiermee alle fans, die zich alleen maar afvragen waarom niet elke seconde van de muziek uit de film op plaat is uitgebracht, keihard in het gezicht uitlacht. Maar van mij mag-ie dat. Het is zijn muziek, en alleen hij bepaalt wat er uitgebracht wordt. Lekker puh. En trouwens, als hij nog steeds in staat is om wonderschone briljantjes als “Piano in an Empty Room” en “Sweet Solitude” te schrijven, dan komt-ie bij mij met heel wat weg…

Tot Slot
De sticker op de CD, die claimt dat dit na 25 jaar de Sountrack is in zijn complete vorm, is een grove leugen, waarschijnlijk door de platenmaatschappij bedacht. Daar mag je Vangelis niet op aankijken.
Als Complete Soundtrack dus een dikke onvoldoende, als regulier Vangelis project behoort deze set tot het beste dat de man aan zijn publiek heeft toevertrouwd.
Met recht dé CD van 2007!

Lijstjes

Het is bijna het einde van het jaar. Dat betekent dat het tijd is voor het Groot LINKS=HANDIG CD overzicht 2007.
Wat waren de CDs die je dit jaar simpelweg gehoord *moet* hebben?
En om het geheel niet al te tijdsgebonden te maken, aansluitend de CD top 3 aller tijden.
Doe er uw voordeel mee zou ik zeggen.

CD top 10 2007

01 - Vangelis - Blade Runner Trilogy

Een CD met originele filmmuziek, een CD met nog niet eerder uitgebrachte
originele filmuziek en een CD met nieuw werk, gebaseerd op de originele
filmmuziek. Kortom: eindelijk het sterkste werk van Vangelis (en hiertoe
mogen ook de nieuwe composities gerekend worden) in vrijwel complete
vorm op CD. En ach, wat is 25 jaar wachten als het resultaat zo goed is?

02 - Patty Griffin - Children Running Through

Singer-songwriter-muziek op zijn allerbest. Bovendien horen we hier een
diversiteit aan stijlen die zeldzaam is binnen dit genre. Emotioneel,
vrouwelijk, soms opzwepend, soms verstild, maar bovenal bloedstollend mooi.

03 - Dream Theater - Systematic Chaos

De titel vat deze plaat beter samen dan welke beschrijving dan ooit.
Ultra-coole rockmuziek die zich laat beluisteren als een rit met een
spectaculaire achtbaan. Voor de liefhebber geweldig, voor de overige
toeschouwers onuitstaanbaar.

04 - Serj Tankian - Elect the Dead

Herrie met een boodschap. Snoeihard en melodieus tegelijk, met vreemd
genoeg een hoog meezing gehalte. Muzikaliteit in een genre dat dit niet
vaak laat zien.

05 - Tori Amos - American Doll Posse

Tori Amos heeft haar wilde haren grotendeels terug op deze afwisselende
plaat vol rauwe én verfijnde emotie.

06 - Steve Earle - Washington Square Serenade

Mooie combinatie van country, folk en moderne invloeden, die nergens de
oprechtheid van Earle als mens en muzikant verloochenen.

07 - Steve Vai - Sound Theories

Voornamelijk een topper omdat ik bij het concert aanwezig was waar deze
muziek werd opgenomen. Vai als componist voor symphonie-orkest geeft
verrassende muziek, maar tegelijkertijd blijft het een beetje een
speeltuin waarin hij vanalles en nog wat uitprobeert. Maar spectaculair
is het wel…

08 - Klaus Schulze - Kontinuum

Kan Schulze na al die albums nog iets toevoegen aan wat-ie al eerder
heeft gedaan? Welnee! Maar is het mooi? Zeker! Zijn laatste project is
hypnotiserend, verstild en duister. Eerder gehoord, maar wederom van
hoog niveau.

09 - Laïs - The Ladies’ Second Song

A capella zingen doen ze al lang niet meer, maar nieuwe wegen betreden
staat nog steeds hoog in het vaandel. De ommezwaai in stijl en materiaal
is op deze CD wel heel schokkend. Dat geeft het geheel een soort van
kunstzinnigheid die gekunsteld kan overkomen, maar wel heerlijk
avontuurlijk en verrassend is.

10 - Luka Bloom - Tribe

Op deze CD breekt Bloom enigszins met zijn traditie van gevoelige
akoestische gitaarballads. Elektronische ritmes en elektrische gitaren
voeren hier de boventoon. En toch blijven de nummers klinken als
gevoelige akoestische gitaarballads. Geweldig!


CD top 3 aller tijden

01 - Kate Bush - The Dreaming

Werkelijk hét beste pop/rock album OOIT. Tien compleet unieke nummers
waarin niets is wat het op het eerste gezicht lijkt te zijn. De muziek
is zo vreemd dat het vele luisterbeurten kost voordat alles een beetje
op zijn plaats valt in je hoofd. Maar vanaf dat moment blijft de plaat
als een infuus constant een verslavende, hypnotiserende stof in je oren
druppelen.

02 - Vangelis - Soil Festivities

Na al die jaren ben ik er nog steeds niet uit: zijn dit vijf geniale
improvisaties of vijf briljant uitgesponnen composities? Dat heeft als
gevolg dat de plaat elke keer weer spannend en avontuurlijk klinkt.
Absolute hoogtepunten zijn “Movement 1″ waarin blijkt dat je een
muziekstuk van ruim een kwartier kan baseren op een enkele herhalende
toon, en “Movement 4″ met zijn hypnotiserende structuren en dreigende
percussie-effecten.

03 - Yes - Close to the Edge

Hét boegbeeld van de symphonische rock, en nog steeds tijdloos in de
ware betekenis van het woord. Virtuositeit viert hoogtij in dit
magistrale en complexe drieluik, maar dit verzandt nergens in
moeilijkdoenerij. En nee, “virtuositeit” is géén vies woord.

Vol verwachting klopt mijn hart…

Waarom? Daarom!

flOw

Kunst of spel?
Oordeelt u zelf…

Staan of niet?

Gezien in Deventer: Freek de Jonge in “de toeschouwer”.
Kort samengevat: Freek kan niet zingen.
Wat langer samengevat: ook al heeft een artiest geen geschoolde stem, dan nog kan hij door het kiezen van het juiste materiaal zijn stem optimaal inzetten. Denk bijvoorbeeld aan Joe Cocker.
Maar bij Freek gaat dit niet op: als hij “zingt” heeft de man heeft geen zuiverheid, geen swing, geen gevoel, geen rock ‘n’ roll, geen overtugingskracht. Daar doet ook een meer dan uitstekende band achter hem niets aan af.

Dit alles laat de megalomane Freek niet weerhouden zich te wagen aan materiaal van Frank Sinatra en Jacques Brel. Op het podium worden de mooiste liederen en teksten voor een volle zaal bruut verkracht. Alles zonder knipoog natuurlijk, want Freek neemt zichzelf zoals altijd bijzonder serieus in wat hij doet. Dat op zich is toe te juichen, maar daar moet dan wel wat kwaliteit tegenover staan. En dat ontbrak er twee uur lang aan.

Maar goed, waarom de titel van dit bericht?
Welnu, omdat de voorstelling weer werd afgesloten met de obligate staande ovatie. Nou ja, op één toeschouwer na dan. Ik weet dat een éénmansprotest weinig zoden aan de dijk zet, maar blijven zitten was dit keer de enige juiste keus.
Bovendien vind ik dat de waarde van de staande ovatie al lang tot voorbij het nulpunt is teruggebracht, alleen al omdat het keer op keer op keer weer gebeurt, ongeacht de kwaliteit van de voorstelling.
Vandaar dat ik er ditmaal niet aan meegedaan heb.
Zo. Dat zal hem leren.

Ach, wat me nog het meest verbaast is dat zoveel mensen zich dit soort troep maar laat welgevallen. Nieuw talant wordt door het publiek uiterst argwanend benaderd, en is gedwongen jarenlang te zwoegen in kleine zaaltjes om zo een reputatie op te bouwen. Da’s op zich prima.
Maar minder prima is dat gevestigde artiesten, inderdaad zoals Freek de Jonge, met een achteloze vanzelfsprekendheid volle zalen tot staande ovaties blijken te krijgen met routinematig amateuristisch gepruts. Maar ik zal wel een verbitterde zuurpruim zijn.

Radio Zeggelt - “De Allerheetste Hits!”

zeggelt.jpg

Soms, heel soms, hoor je een plaat die zo’n diepe indruk maakt, dat je hem steeds weer opnieuw wilt beluisteren. Niet alleen omdat-ie zo overrompelend mooi is, maar ook omdat je jezelf keer op keer wilt overtuigen dat het écht zo is… dat je je die kwaliteit niet alleen verbeeldt, maar dat het inderdaad om een tijloos meesterwerk gaat.

“De Allerheetste Hits” van het onvolprezen Radio Zeggelt label is zo’n CD. DJ Rutger, DJ Kees, DJ Toivo én DJ Gerard hebben een uiterst diverse en smaakvolle mix samengesteld die de luisteraar meeneemt op een reis door de recente muziekgeschiedenis. Geen stijl, instrument of taal wordt geschuwd, en niets is heilig.
Barrikades worden omvergeworpen en platgetreden paden blijven links liggen: dit is pas écht wat men bedoelt met “cutting edge”.
De CD is bovendien uiterst professioneel gemixt, waarbij de muziek is gelardeerd met vrolijke jingles en vermakelijke soundbites. Maar nergens leidt dit af van de integere opzet van het geheel. Dit is underground toegankelijk gemaakt voor het grote publiek, zonder dat het ook maar iets van zijn roots verloochent.
Verder laat de CD zich niet vangen in omschrijvingen; hoeveel superlatieven ook worden gebruikt, het zal de muziek geen recht aandoen… Dus doe uzelf een plezier, en bestel dit grandioze meesterwerk bij de betere platenzaak. Dan ga ik nu weer luisteren…

Serj Tankian - “Elect the Dead”

tankian_elect.jpg

Herrie met een boodschap.
Even speelde ik met de gedacht om deze recensie te beperken tot die ene zin. Maar nee, Serj Tankian verdient beter, en u ook.

Tankian is vooral bekend als lead-zanger van de metalband-tijdeljik-op-vakantie System of a Down. Ook herrie met een boodschap, trouwens. Intense, zenuwachtige punkerige rockmuziek waarin supersnelle passages worden afgewisseld met melodieuze rustige refreinen. Een beetje een truukje op het laatst, maar wel een mooi en goed uitgevoerd truukje. Wat mij altijd aansprak in deze muziek is de volksmuziek-invloeden die regelmatig hoorbaar waren. Een soort polka-metal. Dat de leden van System of a Down een Armeense achtergrond hebben, heeft hier vast en zeker mee te maken.

Maar System of a Down (wat een naam trouwens, zeg dat maar eens twintig keer snel achter elkaar) is voor onbepaalde tijd in de ijskast gezet, en voorman Serj Tankian komt als eerste met een soloplaat. Interessante vraag is nu natuurlijk of hij daarmee iets heeft afgeleverd dat werkelijk anders is dan zijn werk met zijn voormalige band. Wel, ja en nee.
“Nee” omdat de invloeden van System of a Down op veel nummers te horen is: coupletten volgens het spreek-zo-snel-als-je-kunt-veel-lettergrepen-uit stramien, om vervolgens met harmonieuze zang een herhalend refrein te laten horen.
“Ja” omdat de instrumentatie en veelheid aan stijlen ver boven het werk van System of a Down uitsteekt.
Kortom, “Elect the Dead” is wel degelijk een soloplaat die het recht heeft te bestaan, maar die wel duidelijk laat horen waar zijn achtergronden liggen.

Tekstueel is Tankian weer lekker op dreef. Songtitels als “Praise the Lord and pass the Amunition”, “Lie Lie Lie” en “The Unthinking Majority” doen weinig twijfel bestaan over het gedachtengoed van Tankian: de plaat is erg gericht tegen de Amerikaans buitenlandse politiek, en dat kan wat mij betreft totaal geen kwaad.

Muzikaal begint de plaat alsof het een System of a Down project betreft, maar al snel worden de nummers diverser en experimenteler, met prachtige minimalistische pianopartijtjes tussen al die gitaarherrie door.
Ook qua zang, toch hét handelsmerk van de beste man, heeft Tankian zichzelf alle vrijheid veroorloofd. En met succes: de gelaagde harmonieën klinken prachtig, en zenuwachtig geschreeuw is prima in balans met gedragen uithalen of gekwelde zachtere passages.

Al met al een CD die een avontuurlijkheid laat horen die eenvoudigweg niet op een System of a Down CD zou passen, maar die wel met dezelfde energie en passie wordt uitgevoerd.
Het is intens, emotioneel, intelligent en opwindend tegelijk. Prachtig!

“Children of Men”

children_of_men.jpgSoms zie je een film die *echt* indruk maakt. Door zijn inhoud, zijn vorm én zijn stijl. Children of Men is zo’n film. Helaas gemist in de bioscoop vorig jaar, maar dit weekeinde goedgemaakt op DVD.

De film speelt zich af in de nabije toekomst (2027) in Engeland. De wereld bevindt zich in een hopeloze situatie: alle mensen zijn onvruchtbaar geworden en de laatste baby is alweer zo’n 18 jaar geleden geboren. De film laat op zeer realistische wijze zien hoe een dergelijke uitzichtloosheid een samenleving volledig kan ontwrichten. Er speelt nutuurlijk veel meer, maar het is beter om dat zelf uit te vinden en de film gewoon te bekijken zonder al te veel voorkennis.

De vorm waarin de film is gemaakt is werkelijk briljant. Alles lijkt gefilmd alsof het een documentaire betreft, en de shots zijn
ongebruikelijk lang. De film bevat meerdere super-intense actiescenes, soms meer dan 6 minuten lang,
gefilmd zonder enige montage (!). Met als absoluut hoogtepunt de
nagelbijtend spannende en overrompelende “brandende-auto-scene”. De precieze inhoud van deze scene of hoe hij in de film past blijft maar
even een verrassing; iedereen die de film heeft gezien zal
onmiddellijk begrijpen welke scene wordt bedoeld. Bij het bekijken van dergelijke
scenes bestookt de film je met een realisme dat normaal alleen aan journalistieke berichtgeving is voorbehouden. Schokkend materiaal.

Films die zich in de toekomst afspelen leunen vaak op visuele hoogstandjes en verwondering over nog niet bestaande techniek. Niets van dat alles hier: elke vooruitgang lijkt volledig tot stilstand te zijn gekomen, de decors zijn apocalyptisch maar tegelijkertijd pijnlijk herkenbaar en akelig realistisch. Alsof het inderdaad een toekomst schetst die elk moment kan aanvangen, en soms al gedeeltelijk in gang is gezet.
Verwacht dan ook geen kleurige, vrolijke film. Alles is grijs, donker, deprimerend, en vooral ongepolijst. Acteurs zijn geen opeens acteurs meer maar echte personages, decors zijn zo realistisch dat je je kan voorstellen dat ze niet eens gebouwd zijn voor de film: ze bestaan vast ergens al…

Bovendien wordt er werkelijk geweldig geacteerd: volledig naturel, met prachtige hoofdrolspeler Clive Owen in het bijzonder: die man strompelt en valt bijna door het verhaal heen dat hem nog meer lijkt te overvallen dan de argeloze kijker.

Kortom: als je een deprimerende maar realistische boodschap kunt verdragen, graag nadenkt over de route die de wereld op dit moment in de geschiedenis lijkt in te slaan, en niet wegkijkt bij het minste spatje bloed en ellende, is “Children of Men” een geweldige film, en een intense ervaring.

Kracht voor Amerika

ncod.jpgAfgelopen 11 oktober was het in Amerika National Coming Out Day 2007.
Nou lijkt het misschien een beetje geforceerd om op één bepaalde dag van homosexuelen te verwachten dat ze massaal uit de kast komen. Maar het is wél goed om zo nu en dan te beseffen dat openlijk voor je geaardheid uitkomen lang niet bij iedereen makkelijk gaat. Of zelfs maar mogelijk is.

Ik correspondeer sinds een jaar of vier met Scott, een Amerikaanse man die al jarenlang een vaste relatie heeft met zijn vriend. Probleem is alleen dat vrijwel niemand daar van weet. Ja, zij zelf natuurlijk, en ik. Maar dat is het dan wel zo’n beetje.
Ik kan het me niet goed voorstellen hoe het voor iemand in Amerika moet zijn om te lezen over de situatie voor homosexuelen in Nederland, waar weliswaar de acceptatie nog steeds niet vanzelfsprekend is (en steeds meer onder vuur lijkt te liggen) maar waar twee mannen wél kunnen trouwen en openlijk een gezamenlijk huishouden kunnen hebben. Over het algemeen zonder dat daar ruiten worden ingegooid.
Terwijl Scott erg zijn best moet doen om niet té opzichtig samen met zijn partner zijn eigen huis te betreden. En smoezen moet verzinnen tegen vrienden en familie over met wie hij dit jaar weer op vakantie gaat. Of dat weer die “kennis” is die wel vaker meegaat. En of die ook nog vrijgezel is.
Maar met Bush aan het bewind wordt het er daar voorlopig ook niet makkelijker op. Om nog maar te zwijgen van homofobe griezels als Schwarzenegger. Hoe dat ooit heeft kunnen gebeuren…

Maar goed, Scott dus…
Voor hém is National Coming Out Day belangrijk.
Voor hem is dan ook het volgende gedicht.

strength

anyone who’s been there
knows about that weight

pressing on your shoulders
tearing at your soul

pulling you under
keeping you down

you’ll never know just how heavy it is
until it is no more


gone for good

it will be gone for good

lifting that weight will take all your strength
but it will give you so much more
at first it might seem impossible
but strength is something you already have
more than enough for the task at hand

you already used it to fall in love
now all you need to do
is to use that strength to tell

you’re closer to it than you know
stronger than you realize
you may not believe it at this point
but you already took that first big leap
because
letting another man love you
was the hardest and most important
step

gone for good

that weight will be gone for good

Herinnering aan Frankrijk

Ode aan de haan van de buren

Gij roept mij toe met “kukeleku”

Maar schoone haan, toch vraag ik u


“Waarom om vijf uur in den nacht


met enkel slaap in mijn gedacht?”


Maar hoor deez les die ik u leer


Als paté op toast zie ik u weer!

J.J. Cale - “Rewind”

cale_rewind.jpg

Vanaf begin jaren ‘70 heeft J.J. Cale met de regelmaat van een oude klok platen gemaakt, soms tegen wil en dank, maar vrijwel altijd van hoge kwaliteit.
Veel van deze platen lijken op elkaar, maar dat is bijna inherent aan zijn stijl: prachtige miniatuurtjes zonder enige poespas, sterk geënt op blues, folk en country, met échte instrumenten, waarbij zijn zang en gitaarspel de hoofdrol spelen. Laid back wordt het genoemd, en dat dekt de lading redelijk goed.

En dan nu, in 2007, is daar opeens “Rewind”, een CD met 14 nog niet eerder uitgebrachte nummers, opgenomen in de jaren ‘70 en ‘80 (en wat voel ik me dan opeens oud). Cale nam deze stukken op met zijn vaste producer Audie Ashworth, die in 2000 overleed. Diens vrouw besloot onlangs dat deze nummers nú het daglicht moesten zien. Nou, vooruit dan maar.

De ondertitel van de CD is “Unreleased Recordings” en dat deed me aanvankelijk een beetje huiveren. Recordings zijn namelijk vaak om een reden lang Unreleased gebleven, en dat heeft meestal met een gebrek aan kwaliteit te maken.
Dat gaat echter totaal niet op voor deze collectie. Sterker nog, ik heb hem de afgelopen dagen herhaaldelijk geluisterd, en veel nummers behoren tot het beste wat Cale ooit op de plaat heeft gezet. Serieus. Niet dat “Rewind” nu opeens mijn favoriete Cale plaat is, maar hij staat wel met stip in de top drie!

Wat verder nog opvalt aan de keuze van de nummers is het groot aantal covers. In het boekje legt Cale uit dat die nummers niet op zijn reguliere platen zijn verschenen omdat hij zijn zangstem niet goed genoeg vond om andermans melodieën te zingen. Maar daar merk je, al luisterend naar mooie Randy Newman en Eric Clapton covers, weinig van.

Kotom, wat een plaat!
Daarmee is eigenlijk alles wel gezegd over “Rewind”.

Nou vooruit dan maar, nog één ding: de hoes is prachtig, en Cale zag er in zijn dertiger jaren ook geweldig uit. Christine Lakeland, die trouwens het mooiste nummer van de plaat heeft geschreven (”Seven Day Woman”), boft maar.

Peppino d’Agostino - “Made in Italy”